schrijven is kwetsbaar blijven

41e3fbf08a9a9bb3028b0d1ceda29b76

Er komt een tweede boek!!! Wederom op vraag van Lannoo en wederom mag ik em zelf helemaal invullen! Al wie een chansaar is steekt z’n hand op! *raising both hands*

Mijn nieuwste publicatie zal een inspiratie-, informatie-, en doe-boek worden rond lief zijn met je lijf. Een naslagwerk waarin ik, als zoekend persoon, een weg afleg richting respect en warmte voor mezelf en mijn lichaam. Ik praat met deskundigen en bezielers en hoop zo tot een moedgevende bundel te komen die elke tiener, twintiger, dertiger op zijn nachtkastje wil hebben liggen.

Tot dusver mijn promopraatje.

Nu is schrijven voor mij telkens een beetje doodgaan. Niet om de nodige woorden te vinden, die zijn er in overvloed. Ik leer ze dansen en laat ze zwellen, en letter na letter leggen ze zich neer. Ik geniet van het ritme, de balans, het zingen op papier. Mijn stijl is heel persoonlijk en ik zou niet anders willen (en kunnen), maar dat maakt het ook allemaal heel kwetsbaar. Het maakt mij kwetsbaar. Ik zet mijn hoofd op een kiertje en laat jullie met één oog binnenkijken. En wat jullie daar te zien krijgen kan jullie aanstaan, of net niet. Een risico dat komt met de job. En daarbij huiver ik wel eens. Op stoere dagen kan kritiek me gestolen worden, dan zwelt mijn borst (nog meer) en kaats ik met verve opmerkingen af. Maar ik ben ook maar een mens, en terechte of onterechte uitlatingen kunnen me best wel klein krijgen.

En dus moet ik er geen tekeningetje bij maken dat het schrijven van dat tweede boek me gevoeliger maakt dan ooit tevoren. Want het onderwerp ligt me zo nauw aan het hart, en ik wil geen fouten maken. Ik wil niemand tegen de schenen schoppen in het vertellen van mijn verhaal en delen van informatie. Ik breng een uitgangspunt dat informerend maar positief is, en niet iedereen zal hiervoor openstaan of het ermee eens zijn.

Toch zal die schrik me niet tegenhouden in het volbrengen van mijn missie. Angst is een fucked up raadgever, een gemeen duiveltje op mijn -anders zo struise- schouder. Hij stinkt uit zijn mond en trapt initiatieven plat. En ik wil en zal er ditmaal geen oor naar hebben. Daarom spring ik hier toch weer met mijn twee voeten in het beletterde diepe, zonder veel zwemervaring, maar wél met bandjes waarop ik mag steunen. Die bandjes zijn hopelijk jullie….

Veel liefs,

Sabine

de fout van het skinnyshamen

tumblr_ma50ofKVhs1qe31lco2_500

Moest het je nog niet opgevallen zijn: I got them curves. Ik vind ze heerlijk en sappig en zacht, en ik trek zoveel mogelijk tijd uit om ze te verwennen en te omarmen. Of dit te laten doen, ik heb m’n luie momenten. Soit, mijn lichaam geeft me een gevoel van sterkte omdat het bij me hoort, en dat voelt juist. Dit ben ik: een net zo waardig lotje in de grote natuurloterij.

Lange tijd was dit anders. Heel anders. Eenzaamheid, onzekerheid en een fout eetpatroon waren een voedingsbodem voor malcontentement. Uit frustratie tegenover mezelf fulmineerde ik op magere modellen, en nagelde ik hen aan de schandpaal, zowel in het echte leven als online. Alsof deze meisjes al het slechte belichaamden. Of net al het goede, het goede dat ik blijkbaar niet kon gecreëerd krijgen. Mijn gedrag was zeer zeer onnodig, ongezond en iets waar ik tot op de dag van vandaag spijt van heb. Iedereen is baas over zijn of haar lichaam, en het was ontzettend laag bij de grond om publiekelijk anderen neer te halen, in een poging mezelf op te krikken.

Misschien komt het doordat ik in mijn job als make-up artiest constant omringd word door prachtige en verstandige modellen, dat ik mijn lesje extra heb geleerd en mijn fout heb ingezien. Maar éigenlijk zou dit niet eens nodig mogen zijn. Eigenlijk zouden er geen lesjes geleerd moeten worden. Eigenlijk zou iedereen -mezelf incluis- het gezond verstand moeten hebben om zich enkel met eigen boezem bezig te houden, het is daar al zo’n heuse speeltuin.

Waarom hebben we het eigenlijk zo moeilijk met het aanvaarden van mekaars’ anders-zijn? Waarom mag de wereld niet gewoon vol lopen met én magere, én sportieve, én kleine, én grote, én gevlekte, én obese mensen, zonder ze hier persoonlijk op aan te vallen? Zonder dat ze gebukt moeten lopen onder onze (voor)oordelen?

Ik begrijp én deel vele frustraties. Zo is het nog steeds uitzonderlijk om differentie te vinden in het mode- en mediabeeld, en de strijd hiervoor is een harde en botst op heel veel onbegrip binnen de scène. De machteloosheid hieromtrent roept bij velen agressieve vocabularia op. I get it. Maar slik deze alsjeblief terug in, duw je verbale braaksel terug omlaag. De zurigheid tast enkel maar je gezond verstand aan, en er zijn zo veel andere opties om deze problematiek aan de dag te leggen. Waarom niet eerst even checken wat we in ons eigen gedrag of visie kunnen finetunen?

Misschien lach je zelf wel steeds met Maggie De Block-moppen, of post je zelf van die beroerde quotes à la “Real men love curvy women”. Bestempel jij onbewust iemand mager met ‘anorexia’?  Of ben jij iemand die stiekem foto’s trekt van omstaanders om ze daarna online als mikpunt van spot te gebruiken? Het zijn die ‘kleine’ dingen die een stinkende sfeer creëeren.

Magere en volle mensen hoeven niet tegenover elkaar te staan. Zij met een doorsnee lichaam hoeven niet te arbitreren. We spelen allemaal hetzelfde spel, en niemand hierin is superieur.

Liefs,

Sabine

 

het taboe van de eenzaamheid

SANYO DIGITAL CAMERA
SANYO DIGITAL CAMERA

Vroeger, toen ik nog dagelijks met de bus naar Antwerpen reed, passeerde ik steeds langs die grote flatgebouwen, daar in de bocht aan afrit Borgerhout. Ze shockeerden me. Ik kwam van ‘den buiten’, weet je, waar iedereen een tuin en ruimte had. Buren stonden dagelijks aan elkaars’ deur met roddels en suiker. Daar voelde het vaak benauwend, maar het gaf me wel een soort samenhorigheidsgevoel.

Maar dus bij het aanzicht van die monsterconstructies in de grote stad kreeg ik het steeds weer koud. Terecht of onterecht dacht ik dat er vooral eenzame mensen huisden. Vergeten figuren, opgeslokt door de grijzigheid en de navelstaarderij van de samenleving. Nooit zou mij dat overkomen, nam ik me voor. Nooit zou ik avonden slijten, al starend naar een muur, ergens tussen niemandsland en een betonnen jungle, doordrongen van bitterheid en melancholie.

Ondertussen ben ik 33 en heb ik zelf een werkplek in een grijzig gebouwtje in Deurne. Toffe plek hoor, als k mijn luidruchtige buren buiten beschouwing laat. Het is mijn holletje, mijn toevluchtsoord. Maar hoe langer hoe meer bots ik er op een gevoel dat me niet loslaat: eenzaamheid.

There, I said it: “Ik voel me vaak eenzaam.” En ik schaam me er een beetje voor. Eenzaamheid heeft de connotatie van zielig te zijn, een eigenschap die enkel toebehoort aan de verstotene. Zo wordt althans gedacht. Er rust een taboe op ook. Kopjes gaan collectief schuin hangen als je durft toegeven dat je soms eenzaam bent. Ogen vol medelijden. Verschrikkelijk. En dan komen de uitnodigingen: “Maar je weet toch dat je altijd bij mij terecht kan!” of “ We moeten dus dringend nog eens iets gaan drinken!”.“Ja, dat moeten we zeker doen!”, stel ik hen dan gerust. Ik wil niemand opzadelen met compassie. Praten over eenzaamheid maakt mensen ongemakkelijk.

Want het probleem ligt, wat er ook gedacht wordt, niet in het aantal vrienden, en ook niet in de kwaliteit ervan. Ik zie mn maatjes graag, en zij mij ook denk ik,  en ik wéét dat sommigen, heel cliché, door een zee van vuur zouden gaan voor me. Eenzaamheid is eerder een scheur van de huid: vaak bekleed, maar ergens aanwezig. Van tijd lijkt het gevoel verdwenen, vervaagd, genezen. Maar dan staat het licht weer in een vreemde hoek en beschijnt het alle blauwigheid. Soms wentel en draai ik me er dan in. Warm en herkenbaar.

Er zijn trouwens best wel wat triggers die de teruggetrokkenheid op gang brengen.Ik voel me, bijvoorbeeld,  een complete outcast tussen al de verlovingsringen en geboortekaartjes op m’n timeline. Zelf zal ik nooit tot de groep van mama’s behoren. En ook al heb ik me daar tien jaar geleden al bij neergelegd, toch steekt het dat ik niet mag meespelen. Ik heb niet gekozen voor een leven zonder fopspeen, dat heeft de natuur voor mij beslist. En dag in dag uit mee gelukkig zijn voor een ander maakt me koortsachtig.

Zelden heb ik gedroomd van een mainstream leven, en ik gok dat ik het nooit zal hebben. Ik zoek grenzen op, sta op barricades, speel soms met vuur én een geweten dat graag zuiver en open wil zijn. Niet dat dit steeds lukt; ik vloek en veracht vaak the shit out of mensen. In mijn zoektocht naar verbondenheid heb ik al vaker misbruik gemaakt van iemands’ aanwezigheid, Hank Moody-style.

Maar die band, het écht samenzijn met iemand, die mis ik: Een partner die met mij een fles kraakt bij een rozige zon, die verhalen vertelt terwijl ik al lachend sta te roeren in (waarschijnlijk aangebrande) pannen, die mijn apartheid aantrekkelijk vindt en de liefde bedrijft met mijn neurotische karakter. Iemand die me in stilte op zijn schoot trekt, en zenuwachtigheid weg zoent. Iemand die onvoorwaardelijk voor mij kiest, met alles erop en eraan. En waarvoor ik onvoorwaardelijk kies, met alles erop en eraan. Zo iemand in je leven lijkt me een zegen.

Maar zolang die persoon de weg naar Pulle en Deurne, zelfs met gps, nog niet gevonden heeft, kies ik voor wat er nu is: Een mengelmoes van juichende en stille momenten… Enthousiasme, nijdigheid, carrière, vriendschap, angst, idealisme, en ja ook eenzaamheid.

Liefs,

Sabine